Menu

WEBLOG foundation

Een grens is pas een limiet als je niet meer verder kunt

Groei van uitzaaiingen

Afgelopen vrijdag had ik de zes-wekelijkse-longscan. Na iedere kuur van zes weken wordt er gekeken of de medicijnen werken tegen de uitzaaiingen in mijn longen.

Op basis van de uitslag wordt een plan gemaakt voor de volgende zes weken. Sinds de start van deze mediciatie heb ik al drie scans gehad die hoopgevend waren. Helaas kwam daar vandaag een einde aan.

Het plaatje was duidelijk. In vergelijk met de start van deze kuur (SAR studie) hoefde je geen timmermansogen te heben om te kunnen constateren dat de twee foto's van mijn longen enigszins afwijkend waren van elkaar. Niet overdadig maar duidelijk genoeg. Wanneer je zou gaan meten kom je uit op een kleine centimeter bij de grootste uitzaaiingen en bij een enkele kleine uitzaaiing zou dat dus millimeter werk zijn. Gek genoegzijn er dus ook uitzaaiingen die niet zijn gegroeid. En gek genoeg zegt het dus ook werkelijk geen mallemoer hoe ik me voel. Ik voel me sterk als een paard. Ik ben ongelooflijk actief en mijn agenda is gevuld als die van een zakenman.

Hoe je het ook wend of keert, groei is groei. En dat betekent maar één ding. Stoppen met de studie. Een studie die mij gemakkelijk af ging. Geen omslachtige ziekenhuisbezoeken. Gewoon iedere avond een paar pilletjes voor het slapen gaan. Dat is vanaf nu beëindigd. En wat nu? Allereest weer een "wash-out" periode. Oftewel een ontgiftigingsperiode van een maand. Daarna kan ik met een nieuwe studie starten. Wat dat gaat worden van enkele factoren af. Iedereen heeft afgelopen zaterdag in de Opens external link in new windowTelegraaf een artikel kunnen lezen over onderzoeker Bernards (AvL) over wat de nieuwe weg in kankerbehandeling lijkt te worden. In het verlengde, of als direct gevolg daarvan, is het mogelijk om voor iedere patient een DNA-onderzoek te doen. Doel is om de Gen-afwijking in kaart te krijgen en zo gerichtere therapieen toe te passen. Wat er kan gebeuren is het volgende:

Wanneer er binnen nu en 4 weken tijdens het DNA-onderzoek een Gen-afwijking in mijn uitzaaiingen wordt geconstateerd en daar een behandelplan voor is, zijn de opties duidelijk. Dan zal er eventueel gericht behandeld gaan worden. Of dat resultaat heeft blijft gissen. Als uit het DNA-onderzoek geen goed resultaat komt dan hebben we een plan-B. Plan-B houdt in dat ik, uiteraard in studie-verband, een behandeltraject in ga waarbij er voor de verandering weer sprake is van een échte chemocyclus. Voor zover ik het nu kan inschatten een vrij intensieve behandeling waarbij ik iedere week aan het infuus wordt gehangen. De studie behelst een onderzoek naar een combinatie van medicatie; Opens external link in new windowCarboplatine en Opens external link in new windowGemcitabine (beiden infuus) en Opens external link in new windowSorafenib die ik dagelijks in tabletvorm moet slikken. Ik weet dus wat mij te wachten staat bij plan-B. Ik kan niet zeggen dat ik er zin in heb maar aan de andere kant heb ik ook wel weer het idee dat ik nu weer een keer medicatie krijg dat die verdomde kankercellen keihard moet gaan aanvallen.

Stiekem hoop je natuurlijk dat het iets gaat doen. Hoewel de verwachtingen niet echt hooggespannen zijn. Zover was wel duidelijk nadat ik zo'n drie jaar geleden voor het eerst in het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis binnenstapte. Aan de andere kant is dat ook al weer drie jaar geleden. Zelfs de portier en de koffiejuffrouw zwaaien naar me als ik nu binnenloop.

Facebook Twitter
×